Studeren met een functiebeperking: Jeroen is slechtziend

11 juli 2018
Beeld:

Daniël Rommens | Jeroen Eek (op de voorgrond). Daarachter, van links naar rechts: Jeffrey Meijer, Eveline Roemer en Lotte van der Meer.

Geplaatst door
Nina Rijnierse
Op
11 juli 2018

Met de trap gaan, deuren openen of zonder moeite een college volgen is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Vier studenten met een functiebeperking vertellen over hun dagelijkse ervaringen op de HvA. Vandaag: Jeroen Eek (24), derdejaarsstudent bestuurskunde. Hij heeft een visuele beperking.

‘Eind januari ging ik met mijn minorklas op studiereis naar Dublin. Met een groep studenten hadden we besloten een paar dagen eerder te gaan, zodat we de stad konden verkennen. Tijdens de reis werd ik goed geholpen. Vanwege mijn visuele beperking hoefde ik meestal niet in een rij te wachten. We trokken op met een vast groepje van ongeveer tien man. Dat kan best onoverzichtelijk zijn: het risico bestaat dat ik de groep kwijtraak als ik niet goed in de gaten hou waar iedereen is.’

 

‘Maar als ik tijdens de studiereis al weg had willen vluchten, kon dat niet eens. Niet alleen vanwege mijn visuele beperking, we letten allemaal goed op elkaar. Er was wel een klein ongelukje: op de derde avond ben ik tegen een verkeersbord aangelopen, vrij hard ook. Maar dat komt waarschijnlijk doordat er ook alcohol in het spel was.’

Daniël Rommens | Jeroen Eek

‘Op mijn vijftiende werd ik plotseling slechtziend door een erfelijke ziekte. Wat ik heb, komt bij 1 op de 100.000 mensen voor. Ik zie ongeveer voor vijf procent: contouren, hoe iemand er in grotere lijnen uitziet. Maar wat voor kleur ogen iemand heeft, kan ik niet zeggen.’

 

Plattegrond

‘Voordat ik begon op de HvA was ik wel een beetje sceptisch. Bijvoorbeeld over mijn medestudenten: zouden ze bereid zijn om mij te helpen als er iets niet lukte? Hiervoor zat ik drie maanden op hogeschool InHolland. Met die mensen voelde ik geen klik. Ik had het idee dat ik een beetje aan mijn lot werd overgelaten.’

 

‘Op dit moment loop ik stage bij een lokale politieke partij in de gemeenteraad van mijn woonplaats Den Helder. Het is een kleine partij, waarbinnen je makkelijk je plek kunt vinden. Een groot verschil met de HvA; die is megagroot.’

 

‘Maar ook op de HvA gaat het best wel goed: de meeste studenten zijn betrokken en helpen me gewoon. Dat is beter gegaan dan ik had durven hopen. Als ik ergens voor het eerst kom, heb ik geen idee hoe alles in elkaar zit. Het vinden van een lokaal op de hogeschool is in eerste instantie dus best lastig. Meestal weet ik wel de juiste verdieping te vinden, dat is al heel wat. Maar als je mij vraagt waar A3.24 is, heb ik geen idee.’

‘Mijn studiebegeleider helpt me vanaf dag één’

‘Als ik vaker in een bepaald lokaal les heb, wordt het makkelijker. Ik maak dan een soort plattegrond in mijn hoofd. Hier naar links zijn de liften, daar rechts de kantine. Een kwestie van een paar keer herhalen. En als ik het niet weet, dan vraag ik het gewoon. Dat de verschillende verdiepingen op elkaar lijken, is ook handig. Zo zit lokaal A4.13 boven A3.13.’

 

‘Onze opleiding heeft een vaste verdieping in het Wibauthuis. De lessen vinden plaats in acht lokalen, die weet ik inmiddels wel uit mijn hoofd te vinden. En ze hebben hier liften die zeggen op welke verdieping je bent.’

 

Meeluisteren

‘Mijn studiebegeleider helpt me eigenlijk vanaf dag één. In het tweede jaar moesten we een reader aanschaffen die niet toegankelijk was op mijn laptop. Toen kreeg ik een andere versie van het boek. Mijn computer leest het dan gewoon voor.’

 

‘Presentaties in werkgroepen zijn lastiger: dan weet ik niet wat er op de slides staat. Soms vraag ik aan anderen wat er op het bord staat. Meestal sturen docenten van tevoren hun powerpoint op. Dan kan ik op mijn eigen laptop, met een spraakfunctie, meeluisteren. Sommige docenten vertellen ook wat er op het bord staat.’

‘Ik gebruik geen brailleleesregel Een brailleleesregel wordt door blinden en slechtzienden gebruikt om digitale informatie te kunnen lezen. voor mijn computer. Daarvoor moet je heel snel braille kunnen lezen en ik heb niet zo’n megatempo. Misschien heb ik ook geen zin om het te gebruiken, een stem is gewoon relaxed.’

 

‘Voor het maken van tentamens heb ik altijd dubbel zoveel tijd. Ik heb dat eigenlijk niet altijd nodig, maar het is wel fijn dat ik het weet. Eerst mocht ik tentamens ook op mijn eigen laptop maken. Maar het schijnt dat iemand anders daar misbruik van heeft gemaakt. Ik niet hoor… Tuurlijk niet!’

 

Stoplicht

‘Eén keer kreeg ik een geheugenstick om een tentamen op te maken, maar daar stond niets op. De examinator nam vervolgens zijn telefoon niet op. Toen moest ik zelf mijn tentamen halen bij de examencommissie. In totaal duurde dat wel een uur ofzo. Dat is onhandig, maar het kan gebeuren. Ik had uiteindelijk trouwens een 8,5.’

‘Doordat het zo druk is, hoor ik het tikken van het stoplicht niet meer’

‘Het oversteken van het Wibauthuis naar het Kohnstammhuis is best tricky af en toe. De auto’s rijden er megasnel. Doordat het zo druk is, hoor ik het tikken van het stoplicht niet meer. Meestal steek ik maar gewoon over als ik iemand anders zie oversteken. Dat is natuurlijk niet echt handig.’

 

‘Ik werd één keer bijna aangereden. Een auto toeterde en reed door. Ik was net op tijd aan de overkant. Eigenlijk heb altijd voorrang als ik mijn stok gebruik, maar niet iedere autobestuurder weet dat.’

 

Herken je je in dit verhaal? Dan kun je contact opnemen met Limitless, platform voor en door HvA-studenten met een functiebeperking of de studentendecaan van jouw opleiding.


Dit artikel is samengesteld uit geschreven ervaringen van de student en een interview met HvanA.