Meer tests, geen betere studenten op de pabo: wat vindt de HvA?

12 juni 2018
Beeld:

Daniël Rommens

Geplaatst door
Nina Rijnierse
Op
12 juni 2018

De invoering van toelatingstoetsen voor de pabo heeft niet geleid tot betere studenten. Dat staat in het pas verschenen rapport ‘Onderwijs aan het werk 2018’.  De HvA vindt het te vroeg om conclusies te trekken.

Het verschil tussen een meridiaan en een parallellijn? Of de verdeling van klimaatzones in Australië? Als je als havist of mbo’er de pabo wilt gaan doen en geen aardrijkskunde, geschiedenis of ‘natuur en techniek’‘De basiskennis van de vakken biologie, techniek en natuurkunde.’ hebt gehad, kun je dit soort vragen sinds 2015 verwachten bij je toelatingstoets. Ze zijn een aanvulling op de taal- en rekentoetsen tijdens het eerste jaar, die in 2006 al werden ingevoerd. 

 

Met het aanscherpen van de ingangseisen voor met name de pabo zou het niveau van de startende studenten verhoogd worden, zo was de beleidsaanname. Maar nu blijkt dat dit in de praktijk niet zo heeft uitgepakt, schrijven de makers van dit rapport. Simpel gezegd: alle toetsen en testen hebben (nog) geen betere studenten opgeleverd.  

 

Veel energie

Op de HvA wordt terughoudend gereageerd op de onderzoeksresulaten. ‘Sinds de invoering van de toelatingstoetsen vallen er significant minder studenten uit na het eerste studiejaar. Dat is positief, maar het is nog te vroeg om nu al definitieve conclusies te trekken over het landelijke beleid. De eerste studenten die gestart zijn na het invoeren van de toelatingstoetsen studeren pas af in 2019,’ zegt pabo-opleidingscoördinator Remy Wilshaus.

 

Studenten vragen zich ook af of de tests wel de belangrijkste dingen meten die je als pabostudent moet kunnen. ‘Als basisschooldocent moet je bijvoorbeeld snel kunnen schakelen, omdat er veel tegelijk gebeurt als je voor de klas staat,’ zegt tweedejaarsstudent Sacha van Doesburg (23).

Er is niets veranderd: de cijfers van de studenten zijn vergelijkbaar met die uit 2006

Ook denkt Sacha dat het belangrijkste uiteindelijk is, dat de pabo je ligt. ‘Het is een moeilijke opleiding die veel energie kost. Toetsen of cijfers die studenten op de middelbare school hebben gehaald, zijn dan niet het belangrijkst. Het gaat vooral om je motivatie.’

 

Jonge leeftijd
Uit hetzelfde rapport blijkt dat het vooral de ‘betere vmbo’ers, gemiddelde havisten en minder goed presterende vwo’ers’ zijn die beginnen aan de pabo en tweedegraads lerarenopleidingen’. Ook op dat gebied is er in ruim tien jaar niets veranderd: de cijfers van de studenten zijn vergelijkbaar met die uit 2006.

 

Gemiddelde havist? In die term herkent Sacha zichzelf in ieder geval niet direct. ‘Ik behoorde op de havo niet tot het gemiddelde en haalde goede cijfers. Wat ik wel merk, is dat sommige havoscholieren minder goed kunnen plannen, omdat ze op jonge leeftijd naar het hbo gaan. Maar daar had ik zelf ook last van toen ik zeventien was.’

‘Als je goed scoort op het vwo, ga je waarschijnlijk liever naar de universiteit’

Dat vwo’ers die beter presteren niet naar de pabo gaan, begrijpt Sacha wel. ‘Als je goed scoort op het vwo, ga je waarschijnlijk liever naar de universiteit.’  

 

Drempel

De toets heeft in ieder geval wel een soort drempel opgeworpen voor aspirant-pabostudenten, bevestigen cijfers. Op de HvA halveerde het aantal studenten dat in 2015 instroomde ten opzichte van het jaar ervoor, zegt Bastiaan van der Wulp, hoofd Institutional Research.

 

Hij voegt wel toe dat 2015 ook het jaar is waarin het leenstelsel werd ingevoerd en dat de cijfers in de jaren daarvoor ook al wisselend waren. ‘Sindsdien loopt de instroom weer iets op, maar is zeker nog niet terug op het oude niveau.’

(De tekst loopt door onder de afbeelding.)

Beeld: Daniël Rommens | Een vraag uit de toelatingstoets voor aardrijkskunde in 2015

Beter imago

Voor de HvA is studenten met hogere cijfers trekken ook niet het belangrijkste doel van de toetsen, benadrukt Van der Wulp. ‘Maar de toetsen zijn wel belangrijk bij het behouden van de kwaliteit van de opleiding,’ zegt hij. ‘Een groter aantal afgestudeerden, maar mét twijfel over het niveau daarvan, is natuurlijk ook niet de bedoeling.’

 

Het zou volgens hem wel mooi meegenomen zijn als het niveau van pabo-afgestudeerden kan bijdragen aan een beter imago van het beroep en de opleiding, en daardoor meer belangstelling wekt bij studenten met een hoger eindexamencijfer. ‘Maar dat zou dan wel een effect op langere termijn zijn,’ zegt Van der Wulp.

 

Als je betere studenten wil aantrekken, zijn toelatingstoetsen niet de oplossing, vindt ook tweedejaarsstudent Anat Diefenthal (20). ‘Ik ken mensen die zijn afgehaakt door de toets. Zonde, want als je aan groepen in de onderbouw van een basisschool lesgeeft, heb je het niet eens over aardrijkskunde of biologie.’