Docenten: ‘Op tijd cijfers aanleveren gaat niet moeiteloos’

23 mei 2019
Beeld:

Anne Posthuma

Geplaatst door
Kyrie Stuij
Op
23 mei 2019

Als student riskeer je een onvoldoende als je na de deadline een opdracht inlevert, maar docenten kunnen wel te laat je cijfers invoeren. Het artikel van student Sterre Vreeburg zorgde voor herkenning onder studenten. Nu ook het verhaal van docenten. 

‘Oneerlijk’, ‘frustrerend’ en ‘stressvol’. Studenten in het artikel van student Sterre Vreeburg (19, Creative Business) uiten hun ergernis over docenten die (veel) te laat de cijfers van tentamens en opdrachten bekendmaken. Ondanks herhaalde pogingen om docenten aan het woord te laten, bleef het stil. Inmiddels wil een aantal HvA’ers hun reactie geven.

Beeld: HvA | Docent Martin Breedijk

Zoals Martin Breedijk, docent bij de Faculteit Bewegen, Sport en Voeding. Breedijk – voorheen ook voorzitter van de examencommissie van zijn opleiding – stoort zich al jaren aan collega’s die te laat de cijfers invoeren. ‘Teach what you preach’, is zijn motto. ‘Natuurlijk kunnen er bijzondere omstandigheden voorkomen, maar die kun je aangeven bij de Examencommissie. Als er vertraging ontstaat, dan wordt het in ieder geval gecommuniceerd. Mijn ervaring is dat studenten dan juist begrip tonen.’

 

De docenten zijn het op dat punt met elkaar eens: wat jij van een ander verwacht, moet een ander ook van jou kunnen verwachten. Toch wil een aantal docenten ook een kanttekening maken.

 

Marion Smit bijvoorbeeld, docent bij onder meer de deeltijdopleiding Human Resource Management. ‘Ik hou me aan de inlevertermijn voor de cijfers, maar dat betekent niet dat het moeiteloos gaat.’  

 

Zo krijgen docenten volgens de Onderwijs en Examen Regeling (OER) van de opleiding HRM maximaal vijftien werkdagen om het cijfer in te voeren. Maar in het jaarrooster van Smit staan daar feitelijk tien werkdagen voor. ‘Direct na die lesvrije dagen begint het nieuwe blok: een drukke periode voor docenten. Daarin wil je niet het vorige blok nog hoeven afronden.’

 

In het jaarrooster staat een aantal ‘lesvrije weken’, maar dat betekent niet dat docenten dan alleen maar nakijken. De docenten die voor dit artikel zijn geïnterviewd, zeggen allemaal dat er dan regelmatig teamuitjes en vergaderingen worden gepland, omdat dit de enige periode is waarin zij niet ingeroosterd zijn voor een les.

‘Als docent kun je niet zo betrokken zijn als je zou willen, omdat de werkzaamheden op de minuut zijn bepaald’

Gerlof Donga, docent bij Software Engineering, komt tegenwoordig bijna nooit te laat met de cijfers, maar heeft vroeger weleens zo krap in de tijd gezeten dat het niet anders kon. ‘Hoe snel je de cijfers inlevert is afhankelijk van hoe ingewikkeld de toets is, of die uit open vragen of multiple choice bestaat en soms ook van andere collega’s. Soms moet je met een docententeam alle antwoorden van hetzelfde vak vergelijken, soms moet de modulecoördinator op de knop drukken om de cijfers te publiceren.’

 

Donga heeft daarnaast zijn twijfels over de termijn van vijftien werkdagen, waarin docenten de cijfers bekend moeten maken. ‘Dat pakt voor de docent die deeltijd werkt weer heel anders uit. Die houdt minder dagen over.’

Is de werkdruk te hoog? Daar geven de docenten geen concreet antwoord op. Breedijk is van mening dat hoge werkpieken bij het vak horen en dat er ook rustigere periodes zijn waarin je verloren tijd weer in kunt halen. Ook Smit en Donga beamen dat het niet elke dag rennen en vliegen is, maar merken dat de tijd die ze voor hun werkzaamheden krijgen vaak niet genoeg is in de praktijk. 

 

In het geval van Breedijk geldt er bijvoorbeeld een streeftijd van vijftien minuten voor het nakijken van een kwalitatief onderzoek. Smit krijgt twintig minuten per student: ‘In die tijd kan ik een cijfer vaststellen. Maar persoonlijke feedback geven duurt langer. Als ik trots wil zijn op mijn feedback, komen daar vijftien minuten bij. Wil ik een student echt verder helpen in z’n ontwikkeling? Dan ben ik 45 minuten bezig.’

‘Wat als in een klas niet de geschatte 20 procent een onvoldoende haalt maar 50 procent?’

‘Ik vind het niet erg om meer tijd in een student te steken dan er begroot is’, zegt Smit. ‘Dit is mijn werk: ik vind het leuk en ik wil het goed doen. Maar het is jammer dat je als docent niet zo betrokken kunt zijn als je zou willen, omdat de werkzaamheden tot op de minuut zijn bepaald.’

 

Onvoldoende

En waar vrijwel elke taak gekoppeld is aan een tijdslimiet, ontbreekt die juist voor de feedback op herkansingen, zeggen Smit en Donga. Donga: ‘Daar moet je zelf tijd voor vinden. De urenindeling van de docent is voornamelijk gericht op studenten die voldoendes halen. Maar wat als je een klas hebt waar niet de geschatte 20 procent een onvoldoende haalt, maar 50 procent? Dan sta je voor een uitdaging.’

 

Breedijk benadrukt dat de werkdruk per faculteit en per persoon kan verschillen, maar vindt dat docenten altijd in staat moeten zijn om vertraging op tijd aan te geven. Donga vraagt zich af of de tijdslimiet van vijftien werkdagen voor het inleveren van cijfers niet een streven moet worden, in plaats van een harde deadline. ‘Uiteraard moet de docent dan wel aangeven wat een haalbare deadline is en die ook communiceren naar studenten.’