Promoveren op DNA-onderzoek: ‘Als kind wilde ik al defteftik worden’

13 januari 2018 Geen reacties
Beeld:

Daniël Rommens

Geplaatst door
Altan Erdogan
Op
13 januari 2018

Anna Mapes (29) is promovenda bij het HvA-lectoraat forensisch onderzoek. Ze werkt sinds kort als adviseur bij de politie, én ze promoveerde aan de UvA op de vraag hoe DNA-onderzoek het best kan worden gebruikt bij het oplossen van misdrijven. ‘Mensen denken dat ik aan de lopende band lijken zie. Nee dus.’

Anna Mapes ontvangt ons op haar kale, sobere kantoor in een hoek van het HvA-gebouw De Leeuwenburg. ‘Dit is niet zo spannend he?’


Maar als we met redacteuren en fotograaf de trappen afdalen naar de kelders van het gebouw, komen we via bunkerachtige gangen op de ‘plaats delict’. Hier oefenen studenten forensisch onderzoek van de hogeschool in een nagebouwde crime scene met onderzoeksvragen en het zoeken van (DNA)-sporen.
Er ligt een losse autodeur met een kogelgat, in twee huiskamers zijn duidelijk misdrijven gepleegd en overal liggen glasscherven en bloed. ‘Op deze deur is echt geschoten. Dit lijkt al iets meer op een plaats delict, toch?’

 

Anna Mapes onderzocht voor haar proefschrift kort gezegd hoe politie en justitie optimaal kunnen profiteren van zogeheten Rapid DNA-technologie. Een geavanceerde, snelle manier van DNA-sporen onderzoeken op de plek waar een misdrijf is gepleegd.

Was je als kind voorbestemd om misdaadonderzoeker te worden?

‘Nou ja, ik was altijd gek op puzzelen, ik wilde dingen graag oplossen. Toen ik een jaar of vier was zei ik dat ik “defteftik” wilde worden. Het was een romantisch idee, mijn vader las altijd alleen maar dat soort boeken. Ik was ook een beetje een rauw meisje – tegenwoordig loop ik in jurk en hoge hakken, maar toen waren mijn kleren altijd kapot en had ik overal blauwe plekken.

En ik had al jong een hekel aan onrechtvaardigheid. Als ik op het schoolplein zag dat een kind iets afpakte, wilde ik dat naar boven halen: waarom is dat nou zo? Daarom ben ik ook heel eerlijk – wat ook mijn valkuil is. Dat kan mensen afschrikken.’

 

Ben je altijd op zoek geweest naar de waarheid?

‘Absoluut. De waarheid en de spanning. Toen ik naar de middelbare school ging, raakte ik ook geïnteresseerd in biologie, wetenschappelijk onderzoek en wilde ik patholoog worden. Helaas moet je dan geneeskunde studeren, en dat wilde ik absoluut niet. Ik ben te onhandig, ik laat dingen vallen! En ik zag mezelf niet vijf dagen per week in een ziekenhuis zitten, echt niet.’

‘Al jong had ik een hekel aan onrechtvaardigheid‘

Maar waarom wil je dan wel als forensisch onderzoeker met doden werken?
‘Op de één of andere manier ben ik in staat om alle nare dingen rond een plaats delict uit te schakelen. Dat er iemand is overleden, dat het slachtoffer iets ergs is aangedaan, dat moet je loslaten. Wat over blijft is een grote, fascinerende puzzel. Wat is hier gebeurd?’

Tijdens haar studie psychobiologie aan de UvA ontdekte Mapes de toen net begonnen opleiding Forensic Science. ‘Wetenschap, forensisch onderzoek én de verbinding met de praktijk. Ik ben de master gaan doen.’ Haar stage liep ze bij de afdeling forensische opsporing van de politie.

 

Wat gebeurt er met je als je voor de eerste keer op een echte plaats delict komt?

‘Er gaat meteen een grote spanning door je lijf, dat blijft trouwens altijd zo. Het klinkt misschien een beetje fout, maar je hunkert naar een mooie plaats delict.’

Wat is dat, een mooie plaats delict?
‘Euh, ja.’ (Kijkt om zich heen.) ‘Wel een beetje zoals wat we hier hebben gemaakt. Er is een ravage, je ziet glas liggen. Er ligt bloed, en soms een lichaam – dat hoeft trouwens helemaal niet, ook zonder is interessant. Je staat er, en denkt: poeh, en nu?

 

Mijn eerste spannende plaats delict was tijdens mijn stage. Ik was 22 jaar oud, en we werden opgeroepen om te komen kijken op een huis bij het water aan de rand van de stad. De plek was afgezet met linten. Het was winter; het sneeuwde en het vroor, dat maakte de sfeer nog mysterieuzer. Het ging om een vermoeden van moord, en het slachtoffer had er al een tijdje had gelegen. Het lichaam was zelfs aangevreten door de katten, wat het heel lastig maakte. De puinhoop was niet te beschrijven en het stonk.’

 

Ben je populair op feestjes met dit soort spannende verhalen?
‘Haha. Ik vertel dit niet zo vaak. Heel lang wisten veel mensen niet wat forensisch onderzoek is, dat is iets van de laatste jaren. Dus dan vraag ik: “Kijk je CSI?”. Ik heb zelf trouwens een hekel aan die vergelijking, en die blijft maar terugkomen. Mensen denken ook dat ik aan de lopende band lijken zie. Nee dus.’ 

‘Series zoals CSI zijn totaal niet realistisch’

Je promotieonderzoek heet Rapid DNA technologies at the crime scene: CSI fiction matching reality. Hoe realistisch zijn series als CSI dan?

‘Totaal niet realistisch. Heeft niets met de werkelijkheid te maken. Leuk om naar te kijken, maar er wordt daarin zó makkelijk gedaan over forensisch onderzoek. Alles zit er op één afdeling: de politie, het laboratorium. En iedereen doet alles door elkaar: vingersporen, DNA-onderzoek, chemische testjes. Forensische onderzoekers praten met verdachten en slachtoffers, dat gebeurt helemaal niet.’

Anna Mapes denkt dat met Rapid-DNA bijvoorbeeld veel meer inbraken kunnen worden opgelost. ‘Van de 65.000 inbraken vorig jaar in Nederland is 10 procent opgelost. Inbreken loont, ook omdat het normale proces van DNA-analyse vrij lang duurt – gemiddeld 44 dagen. Zo’n inbreker heeft in die tijd al veel meer inbraken gepleegd. Het mooie van de Rapid-techniek is dat je DNA direct kunt analyseren en sneller tot een verdachte kunt komen.’

 

Hoe kom je van een DNA-profiel uit een spoor tot een verdachte?

‘Via een DNA-databank. Daar staan alleen mensen in die al een misdaad hebben begaan. Het DNA-profiel wordt door de databank gehaald, en daar komt bij een match – letterlijk – een naam uit van iemand die verdachte kan zijn.’

Mapes is vorige maand gaan werken als forensisch adviseur bij de politieregio Midden-Nederland, vlak na haar promotie aan de UvA. Ze blijft als wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan de HvA... 

Haar voorspelling: ‘Over een jaar of tien heeft elke politieregio zeker één apparaat ter beschikking waarmee mobiel DNA-onderzoek kan worden uitgevoerd. En het mooie is: internationaal is er grote belangstelling voor hoe wij deze zogeheten Rapid-DNA-techniek gebruiken in de opsporing. We lopen daarin voorop. Zo ben ik enkele maanden bij de NYPD in New York geweest voor onderzoek.’


Dus het kan een in Nederland ontwikkeld model wereldwijd exportproduct worden. Levert het ook veel meer opgeloste politiezaken op?

‘Dat weet ik niet. Het levert in ieder geval meer snéller opgeloste zaken op, denk ik. Het zou ook misdrijven kunnen voorkomen, doordat veelplegers eerder kunnen worden gestopt, maar ook daar heb ik geen bewijs voor.’ Lacht: ‘Dat vervolgonderzoek zou ik graag begeleiden.’

De case: bloed op de redactievloer
Beeld: Altan Erdogan | De redactie van Folia vlak na de inbraak

We leggen Anna Mapes een case voor die op de werkelijkheid is gebaseerd: een inbraak op de redactie van HvanA en Folia , in oktober 2016.

Vrijdagavond laat werden we gebeld: beveiligers constateren dat er op ons redactiekantoor is ingebroken. De dader heeft enkele ruitjes van deuren ingeslagen met een baksteen…

‘Die conclusie trek je snel. Hoe weten jullie dat? Ik ga even notities maken.’

… Er lag een baksteen op de vloer, die was er eerst niet. Het was een grote bende. De inbreker had zich behoorlijk verwond bij het stukmaken van het glas, overal lag bloed…

‘O, wat een fijn onderzoek, wat een prachtig delict! Is dit echt gebeurd? Wauw.’

 Euh, ja. We waren best geschrokken. Wij dachten: dit is een makkie voor de politie, met overal bloedsporen. Is dat ook zo? Of hebben we inderdaad te veel politieseries gekeken?

‘Ik pak het model erbij dat ik op mijn promotie ga verdedigen. Let op: niet alles wat logisch lijkt, is ook gebeurd. Misschien waren er wel twee of drie daders. Zijn er andere patronen of scenario’s denkbaar? Heeft iemand die inbraak gepleegd, maar is iemand anders gewond geraakt? Al is het nog zo gek: als je het kunt verzinnen, kan het ook zijn gebeurd.’

Dan: ‘Hopelijk hebben jullie niets aangeraakt op de plaats delict?’

 Nee, dat hadden we op tv gezien: overal afblijven.

‘Heel goed. Een dilemma kan zijn: waar begint en eindigt het plaats delict? Bij de deur buiten? Binnen? Ik begrijp dat er veel bloed lag. Dan zou ik zeggen: zet meteen de Rapid DNA-techniek in, kijk of het tot een match leidt in de databank. Dan kun je de verdachte als alles meezit nog binnen een paar uur aanhouden, en heeft de inbreker alle spullen nog bij zich.’

 In deze zaak is de verdachte na 11 maanden aangehouden.

‘Kijk. Dat bedoel ik. Dat geeft aan dat het huidig proces te veel tijd in beslag neemt.’