Stage – Nina van Herpen

6 april 2018
Beeld:

Privéarchief Nina van Herpen | Nina van Herpen voor de school waar ze stage loopt

Geplaatst door
Carlijn Schepers
Op
6 april 2018

Vroeg of laat begin je als HvA’er aan een stage. Maar hoe kom je aan een leuke stageplek en wat doe je eigenlijk als je voor het eerst de werkvloer op gaat in je eigen vakgebied? Nina van Herpen loopt stage bij basisschool Corantijn in Amsterdam.

Naam: Nina van Herpen

Leeftijd: 20

Functie: intern begeleider

Studie: toegepaste psychologie

Waar loop je stage?

‘Bij basisschool Corantijn in Amsterdam-West. Ik loop er acht maanden lang één dag in de week mee met de interne begeleider. Het leuke is: zij deed zelf ook de relatief nieuwe studie toegepaste psychologie aan de HvA. Ze weet daardoor precies hoe ze me moet begeleiden en wat er van me wordt verwacht.’

‘Ik weet nu dat ik niet fulltime met kinderen wil werken’

‘Als intern begeleider coördineer je de zorg voor de leerlingen en begeleid je de ouders en leerkrachten. Ik loop in deze stage met alles mee wat de intern begeleider doet. Alleen bij heel vertrouwelijke gesprekken zit ik er niet bij. Ook coach ik zelf twee kinderen. Ik help ze bijvoorbeeld met het veranderen van hun gedrag en met de overgang naar de middelbare school.’

 

Wat leerde je hier, wat je niet op je studie leerde?

‘Bij toegepaste psychologie leer je de beweegredenen achter iemands gedrag, maar ook hoe je dat gedrag kunt veranderen. Hier op mijn stage maak ik de vertaalslag van de theorie naar de praktijk. Nu kan ik de opgedane coachingsvaardigheden en gesprekstechnieken echt toepassen. Vooral bij het coachen van de kinderen komt dit goed van pas. Als je met kinderen praat is het bijvoorbeeld goed om op gelijke hoogte te zitten. Ook moet ik erop letten niet te moeilijke woorden gebruiken en open in plaats van sturende vragen te stellen.’

Beeld: privéarchief Nina van Herpen | Nina van Herpen

Wat vind je het leukst aan deze stageplek?

‘Het zelf begeleiden van de twee kinderen. Daar leer ik veel van. Ook vind ik het leuk dat ik overal bij word betrokken. Vooral aanwezig zijn bij het zogenaamde zorgbreedteoverleg vind ik interessant. Daarin worden de moeilijke casussen van kinderen besproken met het hele zorgteam.’

 

En het minst leuk?

‘Dat ik er maar één dag per week ben. Ik merk dat ik ontzettend veel mis. Ook vind ik het soms lastig hoe beperkt je bent als school in sommige gevallen. Soms horen we in een zorgoverleg over een nare situatie van een kind, maar kunnen we er niets aan doen omdat het zich vooral buiten school afspeelt. Dat voelt vaak onrechtvaardig. Ik gun zo’n kind een beter toekomstperspectief.’

 

Zou je hier na je studie willen werken?

‘Nee. Ik ben erachter gekomen dat ik niet fulltime met kinderen wil werken. Dat vermoeden had ik vooraf al, maar ik wilde toch deze stage lopen om het zeker te weten. Ik vind het prettiger om jongeren of volwassenen te helpen. Met hen praat je op een ander niveau en heb ik het idee dat ze meer zelf kunnen doen om hun problemen aan te pakken. Terwijl kinderen daarvoor afhankelijker zijn van anderen. Mijn volgende stage wil ik lopen in de sector gezondheidszorg en welzijn. Ik denk dat dat werk beter bij mij past.’